Selecteer een pagina

Vandaag vier voorbeelden van niet-integer handelen in twee gemeenten en het wel of niet integer handelen in de Eerste Kamer. Dat laatste blijkt een actueel thema te zijn.

Casus boer/wethouder met mestoverschot vraagt geen vergunning aan.. en een te loyale collega-wethouder..

Situatie: meer veehouder dan wethouder..: Een wethouder wordt verweten dat hij niet integer en correct heeft gehandeld bij de aanleg van een mestbassin bij zijn melkveehouderij. Hij kampte met een mestoverschot en bouw-de zonder vergunning een mestbassin. In een rapport dat is opgesteld naar zijn handelen, komt ook de aanleg van een mestopslagplek in 2002 aan bod. Dat zou ook destijds niet goed aangevraagd zijn. De wethouder was onder andere verantwoordelijk voor handhaving en milieu in de gemeente. Gedurende het integriteits-onderzoek is de portefeuille handhaving waargenomen door de burgemeester en zijn portefeuille milieu door een andere wethouder. Het zonder vergunning aangelegde mestbassin van de wethouder had ook gevolgen voor zijn collega. Hij had vertrouwelijke informatie gelekt. Een controleur wilde van de omgevings-dienst het bedrijf van de wethouder bezoeken. Toen de andere wethouder dat hoorde, heeft hij dat bericht doorgegeven aan zijn partijgenoot-wethouder. Daardoor wist betrokkene op dat moment wat de politie had geconstateerd ten aanzien van de aanleg van zijn mestbassin.

Opvattingen wethouder De wethouder nam afstand van de uitspraken dat hij niet integer heeft gehandeld maar stapte toch op, nog voordat de raad daarover met de wethouder van gedachten kon wisselen. De andere wethouder heeft excuses aangeboden, maar stapte niet op.

Conclusie RA Er is sprake van de schijn tegen. De wethouder had een persoonlijke aanvraag ingediend die onder verantwoordelijkheid van hem moest worden beoordeeld en moest worden afgegeven of geweigerd. Dat was niet kies. De andere wethouder heeft excuses aangeboden, omdat hij de vertrouwelijkheid had geschonden. Dat siert hem. Als portefeuillehouder is er sprake van de verplichting tot vertrouwelijkheid. Slechts is bijzondere gevallen mag daarvan afgeweken worden: als integriteit daarom vraagt. Scholing over integriteit heeft hier ook duidelijk ontbro-ken.

Oplossing Er kan sprake zijn van een afweging tussen iemands persoonlijk belang en het algemeen belang in zijn of haar wethouders-portefeuille. Dan is het zaak dat iemand anders in het college deze aanvraag afhandelt. Uiteindelijk zijn, hangende het onderzoek, ook deze onderdelen uit de wethouder zijn portefeuille gehaald. Maar toen was het al te laat. Dat had eerder moeten gebeuren: bij het indienen van de aanvraag. En de aanvraag zelf maar beter door een zaakwaarnemer indienen. Het voordeel: dan zijn je beide handen schoon. Je zit als raadslid en bestuurder in een glazen huis. Dat stelt zware eisen aan het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling of de indruk van persoonlijk gewin. Het is raadzaam dat iemand anders een aanvraag namens jou als raadslid indient.

Niet-transparant handelen (“wiethouder”) en een verboden handeling bij dezelfde gemeente.

  1. Een wethouder neemt het niet zo nauw met de opsomming van zijn neven-werkzaamheden. Hij verzuimd opgave te doen van het bestuurslidmaatschap van een koffieshop die buiten het grondgebied van de gemeente ligt. Hij blijkt accountant te zijn voor deze stichting waar hij zelf deel van uitmaakt..
  2. Een raadslid van diezelfde gemeente heeft als functionaris van een firma werkzaamheden voor de gemeente geleverd. Dat is een verboden handeling ingevolge de Gemeentewet. Je mag nog geen potlood aan de gemeente verkopen.

Commentaar RA ten aanzien van 1. Je mag van een (toekomstig) raadslid of wethouder verwachten dat hij of zij volledig open en transparant is als het gaat om zijn of haar nevenwerkzaamheden. Blijkt dat hij dat niet is en betrokkenen is raadslid of wethouder dan past de rode kaart. Een beetje integer kan niet. Van de ondersteuner van de gemeenteraad, de griffier, mag een proactieve rol worden verwacht. Dus doorvragen bij de raadsleden of ze alles hebben opgegeven. Controleren kan hij dit niet. Je kunt niet iets controleren wat er niet is.. Het is aan de politiek om consequenties te trekken.

Commentaar RA ten aanzien van 2. Je mag als een raadslid als persoon en als onderdeel van de onderneming geen overleg plegen met de gemeente waaraan je levert, in welke vorm dan ook. Hij of zij mag het contract ook niet ondertekenen namens de firma. Ook hier is de oplossing om een zaakwaarnemer voor deze gemeente in te zetten die ook tekeningsbevoegd is. Voor alle andere gemeenten mag het betrokken raadslid wel de besprekingen voeren en de opdracht ondertekenen. Je moet dat dus binnenskamers goed regelen. Als het leveren van de onderneming ooit in een commissie aan de orde komt dan geldt voor het raadslid: blijf daar van weg, ga desnoods even de gang op bij dit agendapunt en ga in de fractie ook geen discussie aan of deelnemen aan beraadslagingen hierover. Neem ook niet deel aan stemmingen hierover. Je wordt geacht je van stemming te hebben onthouden, dus laat dat dan ook zien door even de commissie- of raadszaal uit te gaan.

Integer handelen van Eerste Kamerleden.
Je zou verwachten dat de strenge normen in de Gemeentewet ook gelden voor andere onderdelen van onze democratie. Maar niets is minder waar. Bij de Eerste Kamer zijn deeltijdpolitici die slechts 1 dag in de week in den Haag zijn. Een lid van de Eerste Kamer mag, als hij werkt voor meerdere firma’s, over wetten die de firma’s raken, het woord voeren en mee doen aan de stemming. Wat mij betreft is een stemming mogelijk als de stem van het betrokken eerste kamerlid niet van invloed is op de uitslag van de stemming. Voor wat betreft de beraadslagingen zou een verbod ingevolge de Gemeentewet wel zo zuiver zijn. Alleen moet worden bedacht dat er ook nog zoiets is als een vooroverleg van de fractieleden en hij of zij zou daarbij wel het woord kunnen voeren. Dat uitroeien is misschien wel iets te veel gevraagd. Dat stelt in ieder geval strenge eisen aan de fractiediscipline.

Waar ligt de ethische grens (integer handelen) bij de nevenfuncties van senatoren? Eerste Kamerleden hebben, voor zover zij niet gepensioneerd zijn, vrijwel altijd een dubbele pet. Zij zijn geen fulltime politici, de senaat vergadert, zoals gezegd, eens per week op dinsdag. Zo stemden hoogleraren over de afschaffing van de studiefinanciering en commissarissen bij energie-bedrijven over de stroomvoorziening. Veel senatoren verdienen hun geld als adviseur of lobbyist. Een bekend voorbeeld is dat CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman als senator met het kabinet Rutte II onderhandelde over maatregelen op de woningmarkt terwijl hij ook voorzitter was van belangenorganisatie Bouwend Nederland.

Invloed. De meeste partijen spreken af dat een belanghebbende niet het woord voert over dat onderwerp. Hun kennis kan wel een rol spelen in discussies binnen fracties. Veel senatoren vinden dat juist een voordeel: door hun andere functies kunnen ze de effecten van wetgeving naar eigen zeggen beter inschatten. Buitenstaanders krijgen niet mee wat achter de schermen in een fractie wordt besproken. De Eerste Kamer zou een strikte gedragscode moeten opstellen waarin heel goed in kaart wordt gebracht wat voor nevenfuncties acceptabel zijn.

Stappen Eerste Kamer tot wijziging reglement. De Eerste Kamer heeft recent met deskundigen gesproken over haar integriteitsregels. Onderwerpen die aan de orde kwamen waren de verenigbaarheid van nevenfuncties met het werk als Eerste Kamerlid, de omgang met lobbyisten, het systeem van toezicht en handhaving en de wenselijkheid van een externe, onafhankelijke vertrouwenspersoon en het al dan niet vermelden of nevenfuncties betaald of onbetaald zijn. Er is een debat over integriteit in de Eerste Kamer op (uiteraard dinsdag) 29 januari a.s. In dat debat zal duidelijk worden welke wijzigingen de Kamer door zal voeren in de eigen gedragsregels. Nadere info vindt u op www.eerstekamer.nl

Tot slot Tot zover dit tweede blog. In het volgende blog ga ik in op de maatregelen om tot een integere organisatie te komen. Het gaan dan om hard- en softcontrols. Beleid, regeltjes en goed bestuur zijn belangrijk maar het moet wel indalen in de organisatie. Daarbij zijn cultuurverandering, aanspreken en tegenspraak bieden (iemand bij de les houden) van belang. In latere edities van dit blog ga ik afzonderlijk in op deze laatste twee fenomenen.

 

 

Facebook
Twitter
LinkedIn